Hoogteziekte,
Oedeem,
bij reizen op grote hoogte.
Het betreft een
groep verwante ziekteverschijnselen, die zich soms ontwikkelen wanneer mensen op
hoogtes boven 3500 m reizen. Het
moment van de eerste symptomen, de ernst van de symptomen (o.a. vermindering van
de eetlust, hoofdpijn,
moeheid, misselijkheid, braken, droge hoest en hoogtevrees) en ook de hoogte
waarop ze optreden, lopen sterk uiteen en hangen vooral af van de hoogte, de
snelheid waarmee deze hoogte bereikt wordt en de geleverde inspanningen. De problemen worden door zuurstoftekort
veroorzaakt.
Bergziekte
(=
ziekte van Monge)
De
meeste mensen voelen zich minstens een beetje onpasselijk wanneer ze van
zeeniveau tot 3500 m rijden, vliegen of per trein reizen. De
algemene klachten zijn : hoofdpijn, vermoeidheid, overmatige kortademigheid bij
zware inspanning, hartkloppingen, verminderde eetlust, misselijkheid, braken,
duizeligheid, slapeloosheid en onregelmatige ademhaling tijdens de slaap. Dit
zijn de symptomen van de Bergziekte die zich doorgaans tijdens de eerste 36 uur
op hoogte en dus niet onmiddellijk bij aankomst ontwikkelen. Ruim
50 % van de hoogtereizigers ontwikkelen een of andere vorm van de bergziekte op
3500 m hoogte, tegenover bijna 100 % bij een snelle stijging tot 5000 m.
Acclimatisatie
Gewoonlijk
verdwijnen deze onaangename effecten van zuurstoftekort na 2 of 3 dagen, vooral
indien er niet verder wordt gestegen. Zodra men op deze manier is
geacclimatiseerd, kan men geleidelijk verder stijgen, ook al kunnen de symptomen
terugkeren.
Indien u in ademnood bent of vaststelt dat uw gezicht, handen of enkels
opzwellen, dan moet u weer naar beneden gaan om ophoping van vocht in uw longen
of hersenen tegen te gaan.
Op de vraag "Hoe hoog en hoe snel?" is er geen pasklaar antwoord omdat
dat van persoon tot persoon varieert. Voor reizigers van elke leeftijd met een goede conditie kan
worden gesteld dat ze snel tot 3500 m kunnen reizen, hoewel velen na aankomst de
bergziekte krijgen. Het is zeker niet verstandig van zeeniveau onmiddellijk tot
ver boven 3500 m te reizen.
Boven 3500 m moet geleidelijk aan verder worden gestegen. Het
is aan te raden eerst een week boven 3500 m door te brengen vooraleer op 5000 m
te slapen. De grootste hoogte waar mensen permanent leven, is op ongeveer
5500 m, maar tijdens bergbeklimexpedities of trektochten is het perfect mogelijk
een aantal weken op ongeveer 6000 m te verblijven. Op deze hoogtes voelt men
zich volledig in orde mits goede acclimatisatie en wordt men enkel door
kortademigheid bij zware inspanning beperkt.