TERUG naar Homepage
TERUG naar de pagina over Canada.
TERUG naar tweede deel van nieuwsbrief 6
Dinsdag 29 Augustus - Bergaf richting Penticton.
Ik besluit vanmorgen eerst wat kleinere werkjes
op te knappen : de zakjes van m'n tent hebben scheuren, dat moet genaaid worden
en ook het deksel van m'n fototas komt los. En dan weer dat boutje.
Ik wil het probleem nu voorgoed van de baan. Ik buig het Aluminium terug
recht en maak vervolgens alle boutjes van de drager los. Op die manier
monteert het tenminste weer zuiver. Ik monteer een nieuw boutje met moer
en countermoer en gebruik ook de Loctite. Bovendien maak ik van een tak
een versteviging, die ik bevestig met nylon kabelbandjes, zodat het onderste
deel van de drager nu nog onmogelijk kan buigen. Net als ik alles opruim
komen mensen van de Forest Service, ik moet nog 8 CAN $ betalen voor het
kamperen. Daar kwam Dan netjes onderuit ... Ik fiets het eerste stuk
over de weg tot het winkeltje in Bankier. Ik koop er confituur en vul de
flessen water bij. Het pad loopt vervolgens langs drie meren, aan het
einde van Osprey Lake is er een lange brug. Dit moet te voet gedaan worden
want de fiets huppelt over de geteerde balken, die zowat 12 cm uiteen liggen.
Het is verderop nog steeds vlak tot bergaf fietsen door verschillende valleien.
Bij Trout Creek neem ik om 15 uur een vroeg vieruurtje. Maar daarna begint
het harde werk pas. De spoorwegbrug over de kreek is afgebroken. Het
stroompje kan je over op de nabije Highway 40, maar de trail terug naar de
spoorwegbedding is op z'n zachtst gezegd ruw. Er moeten drie hellingen
overwonnen worden, ze zijn alle om ter steilst. De laatste bied me geen
houvast, ik schuif verschillende keren uit en pas als ik me bezeer en m'n benen
vol schrammen zitten besef ik dat ik beter de bagage kan afnemen. Ik spoel
het stof uit de wonden en overzie de werkelijke schade : het valt gelukkig best
mee, het zijn slecht oppervlakkige snijwonden. Het loopt nu vlot bergaf,
tussen eindeloze dennenbossen. Een paar keer ga ik te snel en maak een
schuiver. Het is oppassen geblazen ! Vanaf Faulder Station liggen er
echt nog sporen, er rijdt geregeld een stoomtrein op en af. Ik rijd over
de weg tot Summerland. Na de inkopen fiets ik tot bij de Municipal
Campground. De prijs is echter 17 CAN $ (plus nog de BTW), maar als ik
spontaan reageer dat dit te duur is, mag ik (zonder een ontvangstbewijsje, dus
in 't zwart !) kamperen voor 10 CAN $ ! Bovendien betaal je hier nog eens
0.5 $ voor een douche van 5 minuten ! Maar die was vandaag meer dan
verdiend.
Woensdag 29 augustus - Voorbij Penticton.
Het lukt me steeds gemakkelijker om vroeg op te staan. Tegen rond 7u30 fiets ik al richting Penticton. Doordat de stoomtrein hier nog toeristisch uitgebaat wordt, moet ik dit stukje over de Highway doen. De 27 km tot Penticton zijn volledig vlak en volgen de curves van het Okanagan Lake. Tot vlak bij de weg komen de sterk geërodeerde en steile aarden heuvels, ze doen me wat aan Cap Griz Nez denken ... Bij het binnenrijden van Penticton ligt aan de oever van het meer een stoomschip, eigenlijk quasi identiek aan die van Whitehorse. Ik breng een bezoekje aan het Tourist Information Centre en de bib, doe wat inkopen en kook me in het stadspark een maaltijd (je zou de verbaasde blikken soms eens moeten zien !). In het weekend was er hier de Canadian Iron Man Triatlon. Er was duidelijk heel wat randanimatie, een gemiste kans, misschien. Net na de middag begin ik aan de klim uit de stad. Ik fiets afwisselend door fruitboomgaarden en wijnvelden, er wordt veel gesproeid met water, want dit is een uiterst warme vallei. Bij een fruitstalletje koop ik me twee perziken. De eigenaar laat me ook een appel proeven, 't is een Gravenstein. Een beetje verder vind ik de afslag naar de Kettle Valley Trail. Van hier af gat het met zo'n 2% bergop voor de komende 40 km. Op het eerste zicht lijkt dat niet veel, maar het is wel mountainbiken met 35 kg bagage ! Er zijn vele stukken zand en los grind en ook grove keien. Bovendien houdt de zon haar slopingswerk onverminderd vol. Het wordt vandaag 33 graden ! Via lange zigzaglussen klimt het spoor hoger de bergwand op. De Adra Tunnel maakt een spiraalvormige lus in de bergwand, maar is jammergenoeg niet open voor het publiek, wegens instortingsgevaar. Wat verderop rijd ik op het schaduwrijke pad bijna over ... Ai - een slang ! Bliksemsnel trek ik m'n benen in, maar dan val ik natuurlijk stil, 't is bergop ! Amai, dat was verschieten ! Maar de slang kronkelt even geschrokken de struiken in. Na een vermoeiende rit van 76 km kom ik aan bij Chute Lake. Het Chute Lake Resort lijkt me wat te lawaaierig, ik ga slapen op de Forest Campsite.
Donderdag 30 augustus - Door de Myra
Canyon.
De spoorwegbedding heeft vanaf hier amper
nog een stijgingspercentage (minder dan 0.5 %). Nog een paar keer heb ik
uitzicht op het 800 meter lager gelegen Okanagan Lake en de stad Kelowna.
Na 30 km fietsen kom ik bij de Myra Canyon, zowat het spectaculairste deel van
de ganse route. De eerste houten vakwerkbrug komt in zicht. Nog 17
andere bruggen en 2 tunnels overbruggen op 8 km spoorweg de diepe canyon.
Het traject volgt de hoogtelijnen van de canyon, op ongeveer 1270 meter hoogte
en lijkt wat op een gelobd eikenblad van vorm. Hierdoor kan je slechts
maximaal een paar bruggen ineens zien. Het zicht op de canyon verandert al
fietsend voortdurend. De zesde brug is tegelijk de langste (220 meter) en
de hoogste (55 meter loodrecht gemeten). Overal zie je in de afgrond zware
houten balken liggen en ik vraag me af dit ingestorte brugdelen zijn, of dat dit
nog van tijdens de constructie dateert. Het is allemaal indrukwekkend
om zien en ik neem er wel 30 dia's. Vanaf het einde gaat het weer langzaam
bergaf. Ik passeer eerst verschillende meren en kan dan aan de
schaduwzijde van een berg een mooie afdaling maken. Bij Carmi Creek moet
ik de rivierbedding doorwaden, de brug is gewoon elders in gebruik nu. Ik
heb echter wat pech : er liggen grove keien en de voortassen springen van de
dragers af. Ik verlies op die manier 3 van de vier opvulringetjes.
Daar moet ik straks wat beters op vinden, want ik heb geen reserve meer.
Als ik nog eens terug ga zoeken in het water zie ik zowaar een waterslang tussen
de keien. Ik krijg koude rillingen en zoek maar niet meer verder ...
Bij Beaverdell, na 115 km fietsen, kan ik op Zak's camping heerlijk rustig (ik
ben alleen) de tent opzetten. De douche is weer meer dan nodig en
oververdiend, vind ikzelf ...
Vrijdag 31 augustus - Naar het stadje
Midway.
Het is ongeveer een kilometer van het
centrum tot bij Beaverdell Station. Eerst is er nog een brede zanderige
weg, die ook door het verkeer gebruikt wordt (er is erge wasbord), maar verderop
is het pad weer helemaal voor de fietser. De vallei versmald weer en vormt
meer en meer een canyon. Op z'n nauwst is de rivier spectaculair om zien.
Enkele fietsers waarschuwen me dat het verderop een zootje is en dat ik
waarschijnlijk wel wat zal moeten zoeken. En zo geschiedde ... Nog
verder kom ik bij Rhone Station, genoemd naar de Franse rivier. Het
is een echte halteplaats voor fietsers geworden. De 79-jarige Paul heeft
er een afdak met picknicktafels geïnstalleerd en als het nodig is haalt hij met
veel plezier een bidon fris drinkwater bij z'n hogergelegen huis. Hij is
ook al een paar jaar aan het bouwen aan een 'Caboose', een soort goederenwagon,
waarin hij fietsers wil laten overnachten. De tengere man maakt volop
plannen (en raakt er niet over uitgepraat) voor nog meer spoorwegattributen bij
Rhone Station. Leuk om zien, die gedrevenheid op zijn leeftijd. Op
een single-track gaat het vervolgens verder langs de oevers van de Kettle River.
Bij Westbridge zit er een dikke zwarte beer bessen te eten langs
het pad. Maar veel tijd om hem nauwkeurig te bekijken krijg ik niet, want
hij verdwijnt als een weerlicht in het aangrenzende bos. Wat verderop neem
ik in het Kettle Valley River Pak m'n vieruurtje. Via een lange stalen
brug kom ik vervolgens over de rivier. Ik kampeer wild langs het pad en
zie hoe verderop drie reeën naar de overkant waden om er te grazen op de weide.
Tegen het donker komt er ook een troep Canadese ganzen foerageren en
overnachten (het zijn typische Canadese ganzen, zoals je wel kan vermoeden,
ze staan ook op de bankjes van 20 dollar).
Zaterdag 1 september - Het begint op z'n
einde te lopen ...
Eerst fiets ik tot Midway.
Jammergenoeg opent het Railway Museum pas veel later. Ik fiets de stad in,
verstuur wat kaartjes en ook nog wat diafilmpjes richting thuisfront. Het
is weer zo'n lekker warme dag, ook al zijn er wat stapelwolken te zien.
Net na de middag kom ik dan in Greenwood, het kleinste stadje in British
Columbia. De goed onderhouden gebouwen zijn zowat de enige attractiepool,
maar ze zijn zeer aantrekkelijk en lijken regelrecht uit een of andere
cowboyfilm te komen. Wat verderop moet ik flink wat klimmen om weer bij de
Trail te komen. 's Avonds vind ik een leuk kampeerplekje, dicht bij een
kreek. Ik filter heel wat water en maak appelmoes van appels die ik
onderweg vond. Even later komt Ute uit Karlsruhe voorbij. Hij
besluit hier ook maar z'n tentje op te zetten. We hebben elkaar uiteraard
veel te vertellen, hij vertrok zowat een week geleden uit Calgary en fietst in
een boog naar Vancouver. Het is al heel laat als we een boom zoeken om ons
voedsel in op te hangen. Gelukkig biedt de volle maan wat schemerlicht,
het zou anders een heel karwei geweest zijn ...
Zondag 2 september - De laatste
etappe !
Vanaf het punt waar we kampeerden is het
nog 5 km klimmen, dat weet ik van Ute. Net voorbij onze kampplaats is er
een beverdam. Bij Farron Station heb ik plots een reusachtige snee in
de zijkant van m'n band. De lucht ontsnapt, met het geluid van een
stoomtrein. Alles behalve een pretje ! Ik probeer het te herstellen
met linnen plakband en ook al lukt het maar half naar mijn gedacht, ik kan weer
fietsen. Maar nog geen 15 km verder slaat het noodlot nogmaals toe !
Achterband weer lek ! Dit slaat toch werkelijk alles ! Ik fiets
zowat 600 km op slechte wegen en ik heb 8 dagen geen problemen en de laatste dag
rijd ik dan tweemaal lek ! Geduld is echter een schone deugd en na nog
eens 300 keer pompen is de band weer hardgepompt. Wat lager op het
traject kom ik bij de Bulldag Tunnel, het is met 930 meter de langste van het
hele traject ! Ik zet m'n hoofdlamp op en ga te voet, schoorvoetend de
tunnel door. Daarna krijg ik spoedig het Arrow Lake te zien, een
prachtig lang stuwmeer, dat tot Castlegar reikt, maar ook honderden kilometers
noordwaarts. Sommige stukken van het traject lijken echt aan de berg te
hangen. Spectaculair ! Na een lange afdaling kom ik bij de stuw.
Van daar af is het spoor nog in gebruik. Ik fiets de resterende 8 km tot
Castlegar en besef dat de rust voorbij is.
Meer info ?
Boeken :
![]() | Trans
Canada Trail – British Columbia Route, Mussio Ventures Ltd. en trails BC,
2001. ISBN 1-894556-15-1 info@backroadmapbooks.com www.backroadmapbooks.com |
![]() | Trails
BC trailsbc@trailsbc.ca |
![]() | Cycling
the Kettel Valley Railway - Dan
& Sandra Langford, Rocky Mountain Books, 2nd edition 1997 ISBN 0-921102-54-2 Voor alle wijzigingen en updates t.o.v. het boek : www.planet.eon.net/~dan/ Uitgever : Rocky Mountain Books: www.rmbooks.com |
Accomodatie :
![]() | Provinciale campings : www.discovercamping.ca |
Tours :
![]() | British
Columbia Tours Het bedrijfje heeft een website die nuttig kan zijn bij het plannen van een trip door British Columbia. www.britishcolumbiatours.com |
![]() | Great
Explorations 1816 Mc Nicoll Ave Vancouver BC V6J 1A4 info@great-explorations.com www.great-explorations.com Begeleide meerdaagse fietstochten op bepaalde delen van de Kettle Valley Railway. |
![]() | Monashee
Adventure Tours 1591 Highland Drive North Kelowna BC V1Y 4K6 http://www.vtours.com/monashee.htm Biedt verschillende opties ter verkenning van de Kettle Valley Railway. |
Excursies :
![]() | Kettle
Valley Steam Railway 90 Minuten durende heen- en terugrit vanuit het Prairie Valley Station (Summerland BC). Er zijn ook een aantal themaritten per seizoen : o.a. ‘The Murder Mystery Train’, ‘The Great Escape’ en ‘The great Train Robbery’. kvr@telus.net www.kettlevalleyrail.org |