|
Eerst nog boeken verslinden en daarna voor de tweede maal kilometers vreten … maar nu in Spanje.
Onze
fietsen werden een week eerder reeds per spoor vooruit gestuurd, want op het
Franse spoorwegnet mag je de fiets namelijk niet zelf meenemen. Onze
fietsen werden de volgende dagen met de gouden glimlach overhandigd.
We maakten nog een beginnersfout, want ’t was zondag en dus waren alle
winkels gesloten. Het levert ook de
nodige problemen op om de stad te verlaten, we belanden op een snelweg, niet
zo’n aanrader met de fiets. De
volgende morgen gaan we op weg richting Tarragona. De stad heeft wel wat te bieden, we blijven er ook een
tijdje. Wat later brengen we ook
een bezoekje aan het strand, maar het zand is zo heet dat je er niet kan op
lopen ! Reeds na vijven vertrekken
we nog voor een laatste stukje tot in Salou.
We smachten naar een douche en hopen die te vinden op een camping, langs
de zee. De
Spanjaarden zijn echte nachtmensen, door het vele lawaai kunnen we de slaap niet
vatten en zijn ’s morgens pas laat wakker. Het gevolg is dat de zon dan al aan het stijgen is en dat je
daardoor in de volle hitte moet fietsen …
En die komt er ook, soms duurt het echt erg lang voor we een beetje
schaduw kunnen vinden om even halt te houden.
Die pauzes duurden dan meestal ook iets langer.
We zijn al een flink stuk opgeschoten door een streek die iets mee heeft
van een zandwoestijn, maar als we plotseling bij de vallei van de Ebro We
hebben ook beslist dat, nu we logischerwijs niet meer in Valencia kunnen komen,
we beter de afslag zouden nemen, door de bergen, in de richting van Zaragossa.
Op die manier konden we er nog eens een rustige dag van maken : eerst inkopen
doen en dan al vroeg een camping zoeken, gaan zwemmen in zee en zonnen.
We gaan vroeg slapen, zodat we ’s morgens vroeg uit de veren kunnen
voor een nieuwe etappe. Op het eerste zicht leek ons de N232 een drukke weg, maar die
drukte nam gelukkig gaandeweg af. We
reden van de ene vallei in de andere, overal om ons heen waren bergen.
Uiteindelijk doemde een bergwand vol met zigzaglijntjes op en dat
betekent natuurlijk : klimwerk. Al
bij al viel het allemaal wel mee en na zeventig kilometer kwamen wij in het
stadje Morella. Het is een echt oude stad, met Romeinse aquaduct,
versterkingen uit de Middeleeuwen, smalle straatjes, en alles gebouwd tegen Als
je kampeert op de top, dan kan het de volgende dag alleen maar bergaf gaan …
wel 15 km aan een stuk door. Bij de
afsplitsing naar Cerollera blijven we even staan genieten van het mooie
uitzicht. Het wordt wel onze pechdag
(nochtans zijn we pas de 12de juli …) naast lekke banden en een
afvallende ketting, breekt ook de lagering van een bracket-as.
Er zat niets anders op dan de ongelukkige te duwen tot in Hijar, waar we
gelukkig een fietsenmaker konden vinden. In
het stadje was, door een onweer, nergens nog elektriciteit en dat gaf een wat
gezelliger sfeer tot alweer een nieuw onweer uitbarstte.
Het bleef een zwoele avond en we konden de slaap moeilijk vatten.
|